When did coffeeshops start in Amsterdam
When did coffeeshops start in Amsterdam
When did coffeeshops start in Amsterdam?
Het verhaal van de Amsterdamse coffeeshop is onlosmakelijk verbonden met de mondiale tegencultuur van de jaren zestig en het unieke Nederlandse pragmatisme in drugsbeleid. Om het ontstaan te begrijpen, moet men terug naar een tijd waarin softdrugs niet in speciaalzaken werden verkocht, maar in het semi-legale circuit van jeugdcentra en happenings. De kiem voor de latere coffeeshop werd gelegd in de roerige sfeer van Provo en de opkomst van de hippiebeweging, die experiment en persoonlijke vrijheid hoog in het vaandel droeg.
De eerste inrichting die de naam "coffeeshop" waardig was, opende haar deuren in 1972. Het was Mellow Yellow in de Weesperzijde, opgericht door Wernard Bruining. Deze plek bood cannabisproducten aan in een setting die bewust afweek van het harde drugscircuit; het was een sociale, vreedzame ontmoetingsplaats. Dit concept sloeg onmiddellijk aan. Het succes was mede mogelijk gemaakt door een officieus gedoogbeleid dat zich begon te vormen, waarbij autoriteiten het onderscheid maakten tussen hard- en softdrugs en de verkoop van cannabis in kleine hoeveelheden oogluikend toestonden.
De formele basis voor dit gedoogbeleid kwam in 1976 met het officiële gedoogbeleid van de Nederlandse overheid. De Opiumwet werd aangepast om een duidelijk juridisch onderscheid te maken tussen drugs met een onaanvaardbaar risico (harddrugs) en cannabisproducten. Hoewel de verkoop technisch gezien nog steeds strafbaar was, stelde het beleid prioriteiten: vervolging van handel in harddrugs en overlast, niet van de kleinschalige verkoop van cannabis aan volwassenen. Dit creëerde de de facto ruimte waarin coffeeshops konden gedijen en uitgroeiden tot het karakteristieke fenomeen dat vandaag de dag zo met de stad wordt geassocieerd.
Wanneer begonnen coffeeshops in Amsterdam?
Het fenomeen 'coffeeshop' zoals we dat vandaag kennen, vindt zijn oorsprong niet in één specifiek jaar, maar in een geleidelijke ontwikkeling gedurende de late jaren zestig en vroege jaren zeventig. De eerste inrichtingen waar cannabis informeel werd verkocht, waren vaak jeugdcentra, theehuizen of kleine winkeltjes, geïnspireerd door de tegencultuur en de idealen van de provo-beweging.
Een cruciale mijlpaal was het tolerantiebeleid dat in 1976 officieel werd vastgelegd in het Opiumwet-beleid. Hierin werd een onderscheid gemaakt tussen 'harddrugs' en 'softdrugs' zoals cannabis. De overheid besloot het gebruik van softdrugs niet actief te vervolgen, mits aan strikte voorwaarden werd voldaan. Dit creëerde de juridische ruimte voor coffeeshops om te opereren.
De allereerste officiële coffeeshop in Amsterdam was waarschijnlijk "Mellow Yellow", die in 1977 haar deuren opende aan de Weesperzijde. Deze coffeeshop, en andere pioniers zoals "The Bulldog" (1975 begonnen als een fietsenwinkel met een achterkamertje), gaven gestalte aan het model: een niet-alcoholische gelegenheid waar cannabis discreet 'over de toonbank' verkrijgbaar was.
In de jaren tachtig groeide het aantal coffeeshops snel en werden de gedoogregels verder aangescherpt en geformaliseerd. De beroemde 'AHOJ-G' criteria (Geen Alcohol, Harddrugs, Overlast, Jongeren onder de 18 en geen grote voorraad) kwamen in deze periode tot stand. Dit maakte van de Amsterdamse coffeeshop een unieke en geïnstitutionaliseerde vestiging, met een startpunt in de culturele omslag van de jaren zeventig.
De eerste experimenten: Het gedoogbeleid van de jaren 70
De wortels van de Amsterdamse coffeeshop liggen in het roerige decennium van de jaren zeventig. Onder invloed van de tegencultuur en het groeiende gebruik van softdrugs ontstonden er informele jeugdcentra en huiskamers waar cannabis werd gerookt en verkocht. De overheid stond voor een dilemma: een verbod strikt handhaven was praktisch onuitvoerbaar en leidde gebruikers naar de criminele harddrugsscene.
Als antwoord hierop ontwikkelde Nederland een uniek onderscheid tussen hard- en softdrugs. Het gedoogbeleid, vastgelegd in de Opiumwet van 1976, was het formele begin. Het bezit en de verkoop van cannabis bleven technisch gezien illegaal, maar het Openbaar Ministerie kreeg richtlijnen om bepaalde overtredingen niet te vervolgen. Dit maakte de weg vrij voor gecontroleerde verkooppunten.
In Amsterdam kwamen de eerste officieuze coffeeshops tot bloei. Pioniers zoals Mellow Yellow (1972) en The Bulldog (1975) begonnen als theehuizen of cafés waar cannabis gedoogd werd. De stad nam een pragmatische houding aan: door de verkoop te concentreren op specifieke locaties, konden ze overlast beperken en gebruikers weghouden van gevaarlijkere drugs. Dit was het echte experiment.
Deze vroege coffeeshops opereerden in een grijs gebied, zonder duidelijke regels over hoeveelheid of leeftijd. Desondanks ontstond er een nieuw model: een besloten, niet-agressieve ruimte waar cannabis discreet werd gekocht en geconsumeerd, los van de straathandel. Het Amsterdamse stadsbestuur zag dit als het minste kwaad en legde zo, vaak via informele afspraken, de basis voor het systeem dat in de jaren tachtig verder werd geformaliseerd.
Het verschil tussen een café en een coffeeshop in de wet
Het fundamentele onderscheid tussen een café en een coffeeshop in Nederland wordt gedefinieerd door de Opiumwet. Deze wet maakt een strikt juridisch onderscheid tussen 'harddrugs' en 'softdrugs', en regelt de verkoop daarvan op volstrekt verschillende manieren.
Een café (of kroeg) opereert onder de Drank- en Horecawet. De kernpunten zijn:
- Het mag alcoholische dranken schenken aan personen van 18 jaar en ouder.
- Het moet in het bezit zijn van een vergunning voor de verkoop van alcohol.
- De verkoop of het bezit van cannabis (hasj en wiet) op het terras of in de zaak is er expliciet verboden.
Een coffeeshop is een unieke Nederlandse horecavorm met een specifieke uitzondering in het gedoogbeleid. De belangrijkste wettelijke voorwaarden (de AHOJ-G criteria) zijn:
- Geen Advertentie: Geen publieke reclame voor drugs.
- Geen Harddrugs: Verkoop van alleen softdrugs (cannabis). Geen verkoop van harddrugs of alcohol.
- Geen Overlast: De coffeeshop mag geen overlast veroorzaken.
- Geen Verkoop aan Jongeren: Geen toegang en verkoop aan personen onder de 18 jaar.
- Geen Verkoop van grote hoeveelheden: Maximaal 5 gram cannabis per transactie per persoon.
Een cruciaal verschil is de voorraad: een coffeeshop mag maximaal 500 gram cannabis op voorraad hebben. De inkoop van deze voorraad ('de achterdeur') bevindt zich echter in een juridische grijze zone, aangezien grootschalige teelt niet is gedoogd. Dit vormt de bekende 'gedoogparadox'.
Concreet betekent dit dat in een café het gebruik van cannabis niet is toegestaan, terwijl in een coffeeshop het gebruik van alcohol verboden is. De twee horecatypen mogen hun activiteiten niet mengen en hebben volstrekt gescheiden wettelijke kaders, ondanks dat beide sociale ontmoetingsplaatsen zijn.
De invloed van toerisme op het aantal Amsterdamse coffeeshops
De explosieve groei van het aantal Amsterdamse coffeeshops in de jaren zeventig en tachtig is onlosmakelijk verbonden met de opkomst van het massatoerisme. De stad werd een magneet voor jongeren, en het unieke gedoogbeleid groeide uit tot een van de belangrijkste toeristische attracties. Deze vraag creëerde een directe economische prikkel voor het openen van nieuwe zaken, met name in het centrum.
Het toerisme bepaalde niet alleen het aantal, maar ook de geografische spreiding en het karakter van de coffeeshops. Ze concentreerden zich massaal in de Binnenstad, de Wallen en rondom het Leidseplein. Veere van deze zaken richtten zich bijna uitsluitend op de buitenlandse bezoeker, wat leidde tot de term "toeristenshop". Het aanbod en de sfeer in deze shops werden hierdoor vaak anders dan in de meer lokale, wijkgebonden coffeeshops.
De enorme druk van het drugstoerisme bracht echter ook maatschappelijke overlast met zich mee, wat leidde tot een kentering in het beleid. De "Project 1012"-regelgeving had tot doel het aantal coffeeshops in de binnenstad drastisch te verminderen. De residents-only (wijziging van de) gedoogrichtlijnen, waarbij alleen ingeschreven Nederlandse inwoners toegang krijgen, was een direct antwoord op de overlast door buitenlandse bezoekers.
Het gevolg is een opvallende paradox: terwijl de internationale vraag enorm bleef, daalde het aantal coffeeshops in Amsterdam gestaag van ruim 350 naar ongeveer 160. Toerisme was dus de primaire motor achter de groei, maar ook de aanleiding voor een beleid dat tot een gerichte afname leidde. De huidige shops zijn steeds meer afhankelijk van de lokale markt, een direct gevolg van de bewuste ontmoediging van het drugstoerisme.
Huidige regels voor het openen van een nieuwe coffeeshop
Het openen van een nieuwe coffeeshop in Nederland is onderworpen aan strikte nationale en gemeentelijke regels, bekend als het 'gedoogbeleid'. Sinds 1996 is er een landelijk verbod op nieuwe coffeeshops, maar gemeenten kunnen onder strikte voorwaarden een vergunning verlenen als een bestaande coffeeshop sluit. Dit heet het 'uitsterfbeleid'.
Een aanvrager moet voldoen aan de vijf landelijke gedoogcriteria. Ten eerste is de coffeeshop verboden voor personen onder de 18 jaar, en identiteitscontrole is verplicht. Ten tweede mag er per transactie maximaal 5 gram cannabis worden verkocht. Ten derde is de verkoop van harddrugs en alcohol absoluut verboden. Ten vierde mag er geen overlast zijn. Ten vijfde mag de voorraad niet groter zijn dan 500 gram.
Daarnaast stellen gemeenten extra, vaak zwaardere voorwaarden via een plaatselijke verordening. Deze kunnen gaan over de locatie, het aantal coffeeshops, en de afstand tot scholen. De vergunningaanvraag is een uitgebreide procedure waarbij de integriteit van de aanvrager grondig wordt onderzocht door de gemeente en politie.
| Belangrijkste Vergunningseisen (Gemeentelijk) | Beschrijving |
|---|---|
| Bewonersoverleg | Vaak moet de ondernemer in een vroeg stadium overleggen met omwonenden over het plan. |
| Locatie-eisen | Strikte regels voor afstand tot scholen (meestal 250 meter) en soms tot andere coffeeshops. |
| Horecavergunning | Een algemene horecavergunning is verplicht voor de exploitatie van het pand. |
| Integriteitsonderzoek (BIBOB) | Een verplicht onderzoek naar het risico op betrokkenheid bij criminele activiteiten. |
| Maximum aantal klanten | Veel gemeenten stellen een maximum aan het aantal bezoekers dat gelijktijdig aanwezig mag zijn. |
Een fundamenteel probleem blijft de 'voordeur/achterdeur-tegenstrijdigheid'. Hoewel de verkoop aan de voordeur wordt gedoogd, is de grootschalige aanvoer van cannabis voor de achterdeur illegaal. Dit creëert een juridische grijs gebied voor de eigenaar. Sinds 2013 loopt het 'wietexperiment' met legale teelt voor een beperkt aantal gemeenten, maar dit heeft de landelijke regelgeving voor nieuwe shops nog niet veranderd.
Veelgestelde vragen:
Wat was de allereerste coffeeshop in Amsterdam en wanneer opende die?
De eer van de eerste officiële coffeeshop in Amsterdam gaat naar Mellow Yellow. Deze legendarische zaak opende zijn deuren in 1972. Het was een direct gevolg van de veranderende wetgeving in Nederland. In dat jaar werd het onderscheid tussen "hard" en "zacht" drugs in de Opiumwet vastgelegd. Hierdoor konden plaatsen zoals Mellow Yellow, die alleen cannabis verkochten, gedoogd worden. De zaak werd een blauwdruk voor het Amsterdamse coffeeshopmodel: een plek waar volwassenen legaal cannabis konden kopen en gebruiken, zonder overlast. Mellow Yellow sloot uiteindelijk in 2017, maar zijn pioniersrol is onbetwist.
Hoe kon het coffeeshopmodel in de jaren 70 ontstaan terwijl drugs toch verboden waren?
Het ontstaan is het resultaat van een pragmatisch Nederlands beleid. In de jaren 60 en 70 nam het recreatief cannabisgebruik sterk toe. Volledige criminalisering werkte niet en leidde alleen maar tot meer contact tussen gebruikers en de zware criminaliteit. De overheid wilde gebruikers daarom scheiden van de harddrugshandel. De oplossing kwam met de herziening van de Opiumwet in 1976. Hierin werd onderscheid gemaakt tussen drugs met een "onaanvaardbaar risico" (zoals heroïne) en cannabis. Het officiële beleid werd: vervolging van cannabisbezit is geen prioriteit. Dit maakte de weg vrij voor gedoogde verkooppunten. Amsterdamse ondernemers sprongen hierop in en creëerden de eerste coffeeshops, waarbij de overheid afspraken maakte over geen harddrugs, geen overlast en geen verkoop aan minderjarigen. Het was dus geen legalisatie, maar een bewuste keuze voor gedogen.
Vergelijkbare artikelen
- What happens in coffeeshops in Amsterdam
- What are the rules for coffeeshops in Amsterdam
- Can tourists use coffeeshops in Amsterdam
- Are coffeeshops in Amsterdam cash only
- Can tourists still go to coffeeshops in Amsterdam
- Does Amsterdam still have coffeeshops
- What are famous snacks in Amsterdam
- Is er iets open op zondag in Amsterdam
Recente artikelen
- Welk land heeft het bier uitgevonden
- Wat is het beroemdste citaat van Thomas Jefferson
- Waar moet een tripel bier aan voldoen
- Hoeveel loopruimte zit er tussen meubels
- Wat wordt er traditioneel bij fondue geserveerd
- Wat voor soort mensen gaan graag naar cafs
- Is verse muntthee goed voor het slapen gaan
- What is the 30 second rule on Spotify